|
|
Carnavals ABC
|
 |
Alaaf
|
Een carnavalsuitroep, waarbij de rechterhand gestrekt naar het linker oor gaat.
|
|
|
|
|
|
Boerenkiel
|
De kiel, hemd van een boer(deze droeg de boer vroeger). Tegenwoordig draagt deze een overal. De boerenkiel, blauw, is de carnavalsoutfit en wordt behangen met trofeeën. Je ziet ze tegenwoordig ook in creatievere creaties (andere kleuren, gebloemde kielen
etc.).
|
|
|
|
|
|
Confetti
|
Gekleurde papiersnippers om mee te gooien. Er worden ook wel snippers van een perforator hiervoor gebruikt.
|
|
|
|
|
|
Dweilorkest
|
Een bij elkaar geraapt zooitje (zegt men, maar vaak is dat niet zo) dat muzikale feestklanken voortbrengt op koperinstrumenten en slagwerk.
|
|
|
|
|
|
Elf
|
Het gekkengetal. Een traditioneel getal binnen het carnaval. Op de elfde dag van de elfde maand (11 november dus) begint de voorbereiding voor carnaval. Dan wordt Prins carnaval gekozen, vaak om elf over elf. Jubilea zijn op het elfde jaar. En er is een Raad van Elf.
|
|
|
|
|
|
Feestneus
|
Een vaak gekleurde neus, je ziet ze ook als extra grote neus etc.
|
|
|
|
|
|
Gein
|
Vooral veel lachen.
|
|
|
|
|
|
Haringhappen
|
Als afsluiting van het carnaval is het een traditie om een haring te nuttigen. Deze drinkt men dan met een biertje en zegt er bij dat ze zo de haring nog kunnen laten zwemmen.
|
|
|
|
|
|
In 't café
|
Dit is de plaats waar het carnaval plaatsvindt (de residentie).
|
|
|
|
|
|
Jeugdprins(es)
|
Carnaval is een feest voor jong en oud, dus ook uit de jeugd wordt ieder jaar een nieuwe Prins (en Prinses) carnaval gekozen.
|
|
|
|
|
|
Kater
|
Een mannetjes poes, maar ook het ochtendgevoel met een nare smaak in de mond nadat men de avond daarvoor te veel gedronken heeft.
|
|
|
|
|
|
Leut
|
Veel lol, plezier de basis van het carnaval.
|
|
|
|
|
|
Masker
|
Ook wel mombakkes genoemd. Een bedekking van het gezicht om dit onherkenbaar te maken of om er een bepaalde uitdrukking aan te geven.
|
|
|
|
|
|
Nar
|
Een zot, een dwaas, daardoor wordt deze naam gebruikt voor de gangmaker van het carnaval.
|
|
|
|
|
|
Optocht
|
Het rondtrekken van het narrenschip begeleid door de garde. Nu een bonte stoet van carnavallisten met of zonder thematische aankleding die door een stad of dorp trekken.
|
|
|
|
|
|
Prins
|
Dit is de voor een bepaalde periode gekozen man die de carnavalsvereniging vertegenwoordigt. Deze man gaat voorop in het feestgeruis en wordt bijgestaan door de raad van elf en de dansmariekes.
|
|
|
|
|
|
Quatsj
|
Klinkklare onzin, en daardoor dus goed passend bij carnaval.
|
|
|
|
|
|
Raad van elf
|
Elf heren en soms enkele dames die zorg dragen voor de carnavalsactiviteiten van de carnavalsvereniging. Je herkent de raad van elf door hun prachtige hoeden die ze dragen.
|
|
|
|
|
|
Serpentines
|
Gekleurde papierslierten. Zij worden geleverd op een rolletje en de feestvierder rolt deze weer af ter verhoging van de feestvreugde. Ze worden ook wel gemaakt via een papierversnipperaar (welke snijd in slierten). Je krijgt dan een combinatie van serpentines en confetti.
|
|
|
|
|
|
Teut
|
Licht beschonken (iets te veel alcohol gedronken).
|
|
|
|
|
|
Uur U
|
Begin van het carnaval. Voor sommige carnavallisten carnavalszondag, anderen beginnen al op donderdag. Het maakt ook niet zoveel uit zegt men als het maar begint voordat het afgelopen is.
|
|
|
|
|
|
Versieren
|
Het feestelijk aankleden van een persoon, residentie (thuis plaats van een carnavalsvereniging) of een optochtwagen.
|
|
|
|
|
|
Water
|
Kan men beter drinken dan alcohol maar wordt weinig gedaan.
|
|
|
|
|
|
X
|
Een van de laatste letters van die ABC.
|
|
|
|
|
|
Y(IJ)zel
|
Kan vooral lastig zijn met een optocht, maar ook als men na een avond feesten op weg naar huis wil.
|
|
|
|
|
|
Zot
|
Carnavalsgekte ten top.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|