|
|
Carnavalmoppen 1-10
|
 |
 |
Komt een man goed in de olie thuis van het carnavallen.
Hij ziet z'n vrouw in bed liggen en zegt: God Marie, wa bende gij toch lilluk!
Ach man, zegt Marie, gij zijt ladderzat!
Joa, da's waor, zegt-ie, mar das morreguh weer over.
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Jan komt thuis van de zoveelste carnavalsavond en heeft weer eens te diep in het glaasje gekeken.
Wilma! roept hij beneden in de gang, wil je alsjeblieft beginnen te zingen, want anders kan ik het bed niet vinden.
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Komt een dronken carnavalsvierder bij de muziekhandel en zegt: 'Ik wil die rode trompet en die witte mondharmonica.'
Zegt de verkoper: 'M'n brandblusser mag je meenemen maar m’n kachel blijft staan.'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Er zit een carnavalsvierder aan de bar.
Opeens haalt hij zijn glazen oog uit z'n kas en keilt 'm tegen de ruit.
Het glazen oog stuitert terug op de bar en de man doet hem weer in.
'Wat doe je nou?' vraagt zijn vriend naast hem.
'Ik kijk even of mijn fiets er nog staat.'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
Sam en Saar komen uit de kroeg waar ze net carnaval hebben gevierd.
Ze lopen door de Kalverstraat naar huis.
Saar blijft stilstaan bij een sjieke boetiek waar een mooie jurk in de etalage staat.
'Vind je 'm mooi?' vraagt Sam.
'Ja, heel mooi,' zegt Saar.
'Vind je 'm echt heel erg mooi?', vraagt Sam.
'Ja, werkelijk prachtig,' zegt Saar.
'Nou, weet je wat?' zegt Sam, 'dan gaan we morgen weer kijken.'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Een carnavalsvierder heeft behoorlijk in het glaasje gekeken en strompelt naar zijn auto.
Hij probeert met een sigaret zijn autoportier open te maken.
Een voorbijganger ziet het en zegt:
'Dat is een sigaret hoor waarmee u het portier probeert open te maken.'
'Verrek,' zegt de dronken man, 'dan heb ik net mijn sleutels opgerookt!'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Op de afdeling Eerste hulp wordt een zwaargewonde carnavalsvierder binnen gebracht.
'Naam', informeert de verpleegster.
'Jan Jansen' antwoord de man.
De zuster vraagt of hij getrouwd is, waarop de man antwoordt: 'Nee, een ongeluk met de motor.'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Een beschonken carnavalsvierder loopt `s ochtends door het centrum van Eindhoven en ziet een mooie jongedame hem tegemoet komen.
Hij twijfelt even, loopt op haar af en vraagt aan haar:
Mefrauw,...hik,.. kende gij mu wa v`rttellu..?
Iz da, hik, nauw de zon of de maan...?
Waarop zij antwoordt; Awel meneer, iek zouw ut nie weten he, iek zij nie van hier!!!
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Carnaval in Oeteldonk begint op zondagmorgen met een carnavalsmis in de Sint Jan.
Ik ga daar in ieder geval nooit meer naartoe.
Ik zal je vertellen waarom niet.
Vorig jaar zat ik op zondagochtend in mijn boerenkiel in de Sint Jan.
Zie ik dat een man voor mij tijdens de dienst een sigaret opsteekt.
Dat kan natuurlijk niet, in de kerk.
Dus ik tik de man op zijn schouder en zeg hem vriendelijk dat een sigaret opsteken in een huis van God geen pas geeft.
Ik vraag hem om de sigaret uit te maken. Wat denk je dat hij doet?
Hij draait zich om en slaat zo mijn glas bier uit mijn handen!
|
|
|
|
========================================= |
|
|
De prins van Liechtenstein is in Nederland en wordt plots ziek. Hij besluit naar een dokter te gaan. Als hij eindelijk bij een dokter is stapt hij binnen en zegt: Ik ben de prins van Liechtenstein en ik voel me ziek. U moet ook niet te veel drinken als u wordt verkozen tot prins carnaval meneer, antwoordt de dokter streng.
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
|
|