print
 

 Olivier: Carnaval op school

 

 

 

 



“Mama, ik wil dit jaar als het carnaval is naar school als boer”, zegt Olivier. “Hoezo wil je als boer?”,  wil mama weten. “Omdat je dan niet naar je werk hoeft. Je bent altijd thuis”,  zegt Olivier. “Ja,  je kan wel altijd thuis zijn,  maar dan moet je wel werken. Als je boer bent heb je koeien,  heel veel land dat gemaaid moet worden of  je verbouwd iets op het land. Je moet wel alles bij houden hoor”, legt mama uit. “Maar ik wil alleen verkleed als boer. Als ik later groot ben ga ik dat niet worden hoor,” zegt Olivier.

Als Martijn hoort waar mama en Olivier het over hebben wil hij ook wel zeggen hoe hij verkleed gaat met carnaval. “Ik ga dit jaar als Buzlightner!”, roept hij vrolijk. “En wie is dat dan?”, wil mama weten. “Hij is de vliegende pop in Toystory. En ik wil ook wel eens vliegen”,  legt Martijn uit.
En ook Martijn mag zelf weten wat of wie hij is met carnaval.

Mama heeft nog een week de tijd om er voor te zorgen dat de jongens er tip-top uit zien. “Mama, denk je dat ik er echt uit ga zien als een boer?”,  wil Olivier weten. “Ik denk het wel. Ik kan alleen niet aan een boerenzakdoek komen. Wie zou die nou hebben?”, antwoord mama. “Oh, maar die heeft opa. Van de week zag ik hem met een rode geruite ding zijn neus snuiten. Mag ik opa bellen?”, vraagt hij.  Mama draait het nummer en vraagt aan oma of opa even aan de telefoon kan komen. Mama legt hij vervolgens uit dat Olivier aan de lijn komt. Na eerst een voetbalpraatje vraagt Olivier aan opa wat hij wil en legt maar meteen uit waarom hij de zakdoek van opa wilt. “Natuurlijk mag je die van me lenen. Moet ik alleen even aan oma vragen of ze hem wilt wassen. Denk niet dat je hem wilt hebben met mijn snotjes erin”,  lacht opa. “Hè, bah opa. Nee ik wil een schone zakdoek”,  roept Olivier.
Opa en oma komen toch morgen even oppassen dan nemen ze de zakdoek mee.

Als Olivier en Martijn door opa en oma van school worden gehaald heeft opa een verrassing voor Olivier. Wat blijkt opa heeft ook nog een echte boerenpet. “Oh, die is gaaf opa. Mag ik hem van je lenen voor carnaval?”, vraagt Olivier. “Je mag hem natuurlijk lenen. Daarom heb ik hem ook voor je meegenomen”, zegt opa.

“Niemand heeft voor mij iets. Zelf mama vindt het moeilijk om voor mij een pak te maken omdat ze niet weet wie Buzlightner is”, zegt Martijn droevig. “Maar wie is dat dan? Misschien kunnen wij je wel helpen”, zegt opa. Martijn is gelukkig iets vrolijker en de rest van de middag gaat Martijn met opa op pad op zoek naar een Buzlightner- pak.

Thuis vragen oma en Olivier zich af of het opa en Martijn zal lukken. “Ik hoop echt dat het opa lukt. Martijn roept al zo lang dat hij graag Buzlightner zou willen zijn. En wanneer kan je dit nu beter doen dan met carnaval;  toch omie?”, vraagt hij. “Ik hoop het ook jongen. Maar kom we moeten toch wachten, we gaan lekker wat eten. Waar of niet Tess?”, zegt oma. Tess holt naar de keuken en wijst aan wat ze wilt hebben. Met een “Ikke drinken yogo”, loopt ze even later weer terug met oma de kamer in. “Ik van omie yogo gehad. Lekker hè”, zegt  ze tegen Olivier. “Je mag helemaal geen yogo hebben ’s middags”, zegt Olivier. “Dat weet ik wel jongen, maar oma is er toch, dan mogen er altijd andere dingen als bij mama”, lacht oma.

De ochtend dat het carnaval op school is zijn de jongens erg vroeg wakker. Maar dat is ook niet zo gek, ze willen allebei zo graag naar school om carnaval te vieren.
Ze gaan naar beneden waar mama ook al bezig is met het ontbijt. “Jullie zijn vroeg op”, zegt mama.
“We kunnen niet meer slapen. We willen graag een boterham eten en dan ons aankleden voor carnaval”, legt Olivier uit. “Dat dacht ik al, daarom ben ik er ook al uit om boterhammen te maken en jullie aan te kleden. Papa let op Tess en als ze wakker wordt haalt hij haar uit bed. Dus ik heb alle tijd voor jullie”, zegt mama.

Er word rustig ontbeten en daarna gaat mama met de jongens naar boven. Het aankleden van Martijn is moeilijker dan bij Olivier. Mama helpt dan ook eerst Martijn, want Olivier kan zelf wel eerst beginnen met aankleden.

Het eindresultaat is echt heel leuk. Met rode wangen komen de jongens de trap af en papa maakt foto’s. “Papa ga je ook mee naar school?”, wil Martijn weten. “Ja, we gaan met z’n allen. Mijn patiënten komen vandaag wat later dus we gaan eerst naar de carnaval op jullie school. Zullen we gaan?”, wil papa weten. De jongens rennen naar de auto en Tess, als klein boerinnetje, vliegt er achter aan. Tess is trouwens heel trots dat ze boerin is, want nu lijkt ze op haar grote broer, die boer is.

Op school is het een drukte van belang. Er lopen indianen, assepoesters, feeën, politiemannetjes, cowboys, brandweermannen, heksen en noem maar op.
“Goedemorgen juf!”, zegt Olivier. “Tjee, goedemorgen boer. Komt u melk brengen?”, vraagt ze. “Nee, ik ben het Olivier”, zegt hij. “Dat weet ik wel, maar nu ben je boer en niet Olivier, kijk maar naar je kleren”, zegt de juf. Iedereen begint te lachen en daarna moeten de jongens naar binnen omdat de carnavalsdag op school begint.

Papa en mama gaan weg nadat ze Tess op de peuterspeelzaal hebben gebracht, waar ook allemaal kleine, lieve verklede kindertjes lopen.

Als mama aan het einde van de dag de jongens op komen halen blijkt Martijn de eerste prijs te hebben gehaald voor de beste carnavals verkleedpartij. “Ik heb daarvoor een laaf-stok gehad. Kijk maar is wat er allemaal aan hangt. Een race-autootje, snoepjes en nog meer”, zegt Martijn heel trots. “Hebben jullie het wel leuk gehad?”, wil mama weten. “Het was te gek, gaaf! Ik wil wel vaker verkleed naar school”, roept Olivier.

Thuis horen mama en papa nog meer verhalen van de carnavalsdag. Ook Tess verteld haar verhaal en zelfs de jongens kunnen goed luisteren naar hun zusje. “Leuk hè mama, dat Tess het ook leuk heeft gehad”, zegt Olivier. “Tuurlijk is dat leuk. En lief dat jullie ook naar haar verhalen hebben geluisterd”, zegt mama.

Een happy carnaval!

© 2005 Radna voor SpeelZolder.com

 © Radna  2003

 

terug