|

|
Ik zag twee beren, broodjes smeren Oh, het was een wonder.
Was een wonder, boven wonder dat dié beren smeren konden.
Hi, hi, hi. Ha, ha, ha.
Stond erbij en ik keek er naar.
(Ik zag twee slangen de was ophangen. Ik zag twee apen wortels schrapen,
enz.).
|
|