|
|
Dierendag moppen
|
 |
|
|
Vader staat de vissen te voeren. De buurjongen komt aanlopen en hij
vraagt: "Wat geeft u die vissen?" Zegt vader: "Watervlooien." Zegt de
buurjongen: "Wat zielig, vissen kunnen zich toch niet krabben?"
|
|
|
|
========================================= |
|
 |
Er komt een man aangereden bij de benzinepomp en zegt tegen de
pompbediende: "Doet u maar Euro."
De bediende begint te tanken, kijkt in de auto, en ziet drie pinguïns
achterin zitten.
"Hoe komt u aan die pinguïns?", vraagt de pompbediende.
"O," zegt de man, "Ik zag ze staan op de kruising. En omdat ik van de
Dierenbescherming ben, heb ik ze maar meegenomen. Maar eerlijk gezegd weet
ik niet wat ik met ze moet doen."
Zegt de pompbediende: "Neem ze mee naar Artis." "Da's een goed idee," zegt
de man. Een week later komt de man weer tanken. De pompbediende kijkt in
de auto en ziet achterin drie pinguïns zitten: zonnekleppen op,
strandballen bij zich... Zegt de pompbediende: "Ik dacht dat u ze naar
Artis zou brengen...?" Zegt de man: "Dat heb ik ook gedaan! Dat was een
prima tip, leuke dag gehad. Maar vandaag gaan we naar Zandvoort!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Er lopen twee vlooien over straat. Zegt de één tegen de ander: "Gaan we
lopen of nemen we de hond?"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
D'r komt een man een supermarkt binnen, loopt naar de afdeling
'dierenvoeding', pakt twee blikken hondenvoer en loopt vervolgens naar de
kassa. Vraagt de caissière: 'Meneer heeft u een hond?', waarop die man
antwoordt: 'Ja, natuurlijk heb ik een hond, anders had ik die twee blikken
toch ook niet nodig?' Zegt die caissière: 'Het spijt me meneer, maar vanaf
deze week mag ik niemand meer dierenvoeding meegeven tenzij ik zelf kan
zien dat de persoon een huisdier heeft... U zult de hond dus moeten
meenemen...' De man vloekt een paar keer vanwege deze absurde nieuwe
regeling, smijt de twee blikken op de grond en loopt kwaad weg. De
volgende dag is 'ie weer terug, loopt naar de afdeling 'dierenvoeding',
pakt twee blikken kattenvoer en gaat naar de kassa. Vraagt die caissière:
'Meneer, heeft u een kat?', waarop de man, zichtbaar geïrriteerd,
antwoordt: 'Ja natuurlijk heb ik een kat, ik kom deze blikken toch niet
voor mezelf halen?' Caissière: 'Meneer, dit vind ik nou niet slim van u...
U was hier gisteren ook, dus had u kunnen weten dat ik u geen dierenvoed....'
De caissière is nog niet uitgesproken of de man is de winkel al luid
vloekend en tierend uitgelopen... De blikken bij de caissière
achterlatend. De dag daarop komt de man met een bruine papieren zak in z'n
hand de winkel binnen loopt direct door naar de kassa en zegt tegen de
caissière: "Mevrouw, steekt u hier uw hand eens in." De caissière doet dit
en roept vervolgens: "He het is zacht en warm..." "Ja", zegt de man, "Ik
had graag drie rollen WC papier!"
|
|
|
|
========================================= |
|
 |
Jantje loopt op straat en hij ziet een buldog lopen. Jantje trekt een
lelijk gezicht naar de hond. Zegt de baas van de hond: "Waarom trek jij
zo’n lelijk gezicht naar mijn hond?" Zegt Jantje: "Hij begon!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Twee koeien zitten in bad. Dan vraagt de één aan de ander: "Mag ik een
washandje, ik krijg mijn vlekken er niet af."
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Jantje wil een hond kopen. Terwijl hij naar het dier wijst vraagt hij aan
de verkoper: "Is dat dier een beetje trouw?" Zegt de verkoper: "Trouw,
trouw? Hij is heel trouw. Ik heb hem al vier keer verkocht en hij kwam
steeds terug."
|
|
|
|
========================================= |
|
 |
Er staan twee koeien in de wei, zegt de een tegen de ander: 'Boe', zegt de
ander: 'Ik schrok niet.'
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Twee slangen zijn onderweg. Vraagt de een: "Zijn wij giftig?". "Waarom
vraag je dat?", vraagt de ander. "Nou, ik heb net op mijn tong gebeten"
|
|
|
|
========================================= |
|
 |
Er loopt een jongen met een olifant naar de grens, maar hij wordt
aangehouden door een douanier. "Die olifant mag de grens niet over!" zegt
hij bars. Jongen: "Verdraaid! Dat is pech hebben!" Een dag later komt
dezelfde jongen weer terug bij de douanier. Zijn olifant heeft hij ook bij
zich, maar op het voorhoofd en het achterste van de olifant zit een
boterham met boter vast geplakt. Douanier: "Halt! U weet toch dat u met
die olifant de grens niet over mag?" Jongen: "Olifant? Olifant? Hoe komt u
daar nou bij? Ik mag toch zeker zelf wel weten wat ik op mijn boterham
doe!!!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
|
|