|
“Wisten jullie dat het over een paar dagen dierendag is”, vraagt Vera aan
Jasmine en Kim. “Zullen we dit jaar iets gaan doen voor de dieren”. “Wat
heb je in gedachte dan?” vraagt Kim. “Het lijkt me leuk als we een dagje
gaan helpen in een asiel. We kunnen vast wel hokken schoonmaken, dieren
eten geven, met ze knuffelen of iets anders”, antwoord Vera. Kim en
Jasmine moeten hier eerst eens over nadenken.
Maar als Vera verder gaat en hun verteld wat het kan betekenen voor de
dieren als je komt beginnen ze er toch over na te denken om te gaan. “Ja,
het is immers voor de dieren ook niet leuk als je daar zit”, is de
conclusie van Jasmine.
De meiden besluiten om de middag te gaan bellen
naar een dierenasiel waar ze op 4 oktober een dagje kunnen helpen. Om de
beurt bellen ze een asiel op totdat ze er één hebben waar ze mogen komen.
Het eerste dierenasiel dat ze bellen vinden het wel leuk dat de meiden dit
willen doen maar hebben geen hulp nodig. Het tweede dierenasiel ziet er
niet het nut van in dat de meiden zomaar een dagje komen. “Zullen we dan
maar stoppen ze vinden het allemaal niks dat we dit willen doen” zegt Vera.
“Nee, Vera het is een goed idee en we gaan ermee door totdat we ergens
mogen komen”, zegt Jasmine. Helaas is het niet zo gemakkelijk als de
meiden verwacht hadden. Het duurt nog dagen voordat ze een dierenasiel te
pakken hebben die zegt dat langs mogen komen. Ze maken een afspraak voor
de volgende middag om te komen praten en kijken. Als de meiden naar het
dierenasiel toe fietsen zegt Vera ”ik hoop niet dat ik moet huilen hoor.
Als je al die beesten in de hokken ziet zitten wil je ze toch allemaal mee
naar huis nemen”. Ook jasmijn en Kim delen die mening. Bij het dierenasiel
melden ze zich en worden dan opgehaald door en mevrouw die uitleg geeft
over het asiel. Daarna wil ze van de meiden weten wat ze op die dag willen
gaan doen in het asiel. Vera begint met vertelen want het is haar idee.”We
willen heel graag iets doen op dierendag voor de dieren. Het lijkt ons een
goed plan om een dagje in een dierenasiel te helpen. Het maakt ons echt
niet uit wat u ons wilt laten doen. We willen hokken schoonmaken, eten
geven, met de dieren knuffelen of spelen. Wat u graag wilt dat we
doen”.“En jullie willen dit doen op dierendag?” vraagt de mevrouw. “Ja, we
willen dit jaar iets goeds doen voor de dieren. Alle dieren krijgen thuis
iets extra van hun baas en deze dieren zitten hier elke dag en wij willen
graag helpen”, zegt Jasmine.“Jullie vinden het niet erg als er ook vieze
klusjes bij zitten en jullie snappen dat jullie niet met elkaar kunnen
werken?”, vraagt de mevrouw. Maar dat vinden er niet erg.
“We komen voor de dieren, als we thuis zijn kunnen we genoeg samen iets
doen”, is de conclusie van Kim. De mevrouw vindt de meiden wel heel aardig
en besluit dat de ze op 4 oktober een dagje in het dierenasiel mogen komen
helpen. Als ze afscheid nemen van de mevrouw vragen ze nog hoe laat ze
eigenlijk moeten beginnen. De mevrouw vraagt of ze om 7 uur kunnen
beginnen. De meiden vinden het wel een beetje vroeg maar beloven er om 7
uur te zullen zijn. Het is nog een paar dagen voordat ze een dagje in
het dierenasiel aan de slag gaan. Elke dag als de meiden elkaar zien
hebben ze het over het dierenasiel. Als de dag dan eindelijk aanbreekt dat
ze naar het dierenasiel gaan, zijn ze als om 6.50 uur bij het dierenasiel.
Het hek is nog dicht maar al snel komt de mevrouw eraan. “Goedemorgen
meiden. Jullie zijn er vroeg, hebben jullie er zin in”. De meiden knikken
en zeggen ja. “Kom maar mee naar de koffie ruimte, dan drinken we iets en
wachten op de anderen en gaan dan hard aan de slag” zegt de mevrouw.
Iedereen die binnen komt wordt aan de meiden voorgesteld en meteen gezegd
wie er vandaag een hulpje bij heeft. De meiden leggen ieder uit waarom ze
graag een dagje in het asiel willen helpen. Als het tijd is om aan de
slag te gaan nemen de meiden afscheid van elkaar, want ze gaan ieder een
andere kant uit. Vera gaat met Bianca mee richting de honden. Jasmine gaat
met Monika mee richting de katten en Kim met Desiree richting de kleine
huisdieren.
Als eerste worden alle dieren in een andere ruimte gezet en de hokken
schoon gemaakt. De hokken van de katten en honden worden schoongespoten en
gereinigd met een sopje. De hokken van de kleine huisdieren worden met een
sopje schoongemaakt. Nadat de hokken schoon en droog zijn gaan de dieren
terug in het hok en krijgen ze vers eten en drinken. De ochtend is bedoeld
om alle hokken schoon te maken en dieren eten en drinken te geven en na de
lunch kunnen er bezoekers komen of mag je spellen en knuffelen met de
dieren.
Bij Jasmine op de afdeling is er een poesje niet lekker. Ze spuugt de hele
tijd vocht en je ziet dat ze zich niet goed voelt. Jasmine is heel druk
met het poesje. Het spuug opruimen, zijn mondje afvegen en toch proberen
te knuffelen, want het is nooit leuk als je ziek bent. “Volgens mij gaat
het niet goed met de poes”, zegt Jasmine tegen Monika. “Ik denk dat we de
dierenarts maar even zullen bellen. Hij kan dan wel kijken wat er mis is”,
antwoordt Monika.
Jasmine gaat verder met de andere katten en poesjes, maar zodra ze even
tijd heeft kijkt ze bij het poesje hoe het met haar gaat. Ze ziet al heel
snel dat het niet beter met de poes gaat. “Als straks de dierenarts komt
mag ik dan erbij zijn?” vraagt ze aan Monika. “Ja, je mag er bij zijn. Dan
kan je meteen zien wat de dierenarts hier allemaal doet”, zegt Monika.
Net voor de lunch komt de dierenarts de afdeling op lopen. “Was er hier
een poesje ziek?” vraagt hij. “Ja, je kunt het aan Jasmine vragen”, zegt
Monika. “Wie is Jasmine?” vraagt hij. “Dat meisje wat daar bezig is met de
kittens. Ze komt een dagje helpen in ons asiel samen met haar vriendinnen
omdat het dierendag is”, legt Monika uit. De dierenarts loopt naar haar
toe en vraagt: ”Is er hier ergens een ziek poesje?”. Jasmine draait zich
om en wijst de kant op waar het poesje in zijn hokje ligt. “Loop je mee
dan kun je me vertellen wat er is”, zegt de dierenarts. Jasmine loopt
achter de dierenarts aan en laat zien welke poes er ziek is.
De dierenarts pak het poesje uit zijn hok en gaat het nakijken. Wat het
poesje precies heeft kan hij niet ontdekken. Misschien een beetje last van
zijn maagje of te weinig gegeten. Jasmine gelooft dat niet. “Kunt u niet
een foto nemen van haar buik?, vraagt ze. “En waarom denk je dat dit dan
nodig is”, vraagt de dierenarts. “ik weet het niet maar ik heb een idee
dat er meer is met de poes dan we denken”, antwoord Jasmine. Voor één keer
besluit de dierenarts te doen wat Jasmine vraagt. Zo kan ze meteen zien
hoe dat in zijn werk gaat. Jasmine mag de poes meenemen naar de röntgen
afdeling en als dat is gedaan weer terug brengen naar haar hokje. Ze
verteld aan Monika dat er een foto is gemaakt van haar buik en maag en dat
de dierenarts belt als hij meer weet. “Dan gaan we nu eerst maar is even
lunchen voordat er straks bezoekers komen”, zegt Monika.
Jasmine merkt nu pas dat ze eigenlijk wel trek heeft in een boterham. Als
ze bij de kantine komen, gaan net Vera en Kim weer aan de slag. “Wat zijn
jullie laat?”, vraagt Bianca aan Monika. “We hebben een zieke poes op de
afdeling en de dierenarts was verlaat, dus gaan we nu een broodje eten”,
legt ze uit. Na een half uurtje gaan ook Monika en Jasmine weer aan het
werk. De middag is een beetje onrustig. Er komen bezoekers in het
dierenasiel kijken, maar niemand neemt een diertje mee naar huis. En dat
vinden de meiden allemaal niet leuk. Als het bijna tijd is om het
dierenasiel voor de bezoekers te sluiten gaat de telefoon op de katten en
poezen afdeling. De dierenarts wil graag dat Jasmin en Monika naar hem toe
komen. Samen gaan ze naar hem toe en krijgen te horen wat er mis is met
het poesje. ‘Ik denk dat ik het mis heb dat er alleen maar iets met zijn
buik of maag aan de hand is”, zegt hij. Als ik de foto’s bekijk zit er
iets in zijn maagje. Dat moeten we opereren willen we dat ze blijft
leven”. Geschrokken kijkt Jasmine naar de dierenarts en vraagt: “Blijft ze
dan wel leven als u haar hebt geopereerd?”. “Dat denk ik wel ja”, zegt
hij. Monika wil graag van de dierenarts weten wanneer hij kan operen. Hij
verteld dat hij eigenlijk wel meteen kan doen. Jasmine wil weten van de
dierenarts wat hij precies gaat doen en hoe dat werkt. “Denk je dat je dat
je tegen een operatie kunt of kun je niet tegen bloed?”, vraagt hij, want
anders mag je bij de operatie wel aanwezig zijn”.
Jasmine lijkt het heel mooi om bij de operatie aanwezig te zijn en vraagt
of dit echt mag. De dierenarts vindt het goed mits ze niet in de weg
loopt. De operatie gaat heel goed en de kans is groot dat de poes blijft
leven. Jasmine is na de operatie er helemaal van overtuigd dat ze ook
dierenarts wil worden. Ze bedankt de dierenarts dat ze heeft mogen kijken
en belooft dat ze snel terug komt om naar de poes te kijken. In de
kantine zitten Vera en Kim op haar te wachten en onder een kopje thee
vertellen ze elkaar wat ze allemaal mee hebben gemaakt.
De mevrouw komt ook nog om te vragen hoe ze het hebben gehad en verteld
dat de meiden heel hard hebben gewerkt. Ze is heel blij met de hulp
geweest. Als ze de deur uit lopen zegt de mevrouw nog als ze willen werken
dat ze mogen bellen want hulp kunnen ze wel gebruiken. Ze moeten alleen
weten dat ze er niet voor worden betaald. Dat vinden ze niet erg en
beloven dat ze snel weer komen, al is het om alleen maar even gedag te
zeggen. Nogal moe maar voldaan komen ze thuis en vertellen ze ieder
apart aan hun ouders wat er op de dag gebeurt is. De ouders van de meiden
vinden het heel goed dat ze op dierendag voor dieren zijn gaan zorgen die
niet zoveel liefde en aandacht krijgen zoals elk dier dat een eigen huisje
heeft met een baasje die elke dag knuffelt of iets lekkers geven.
© Radna 2003 voor speelzolder.com
|