Poëzieversjes 21 - 30 |
||
![]() |
21
|
Aan jou wil ik maar een ding kwijt, Voor jou heb ik maar een wens, Kijk nooit naar mooie gezichten, Kijk naar mooie harten, |
| 22 | Wees lief voor je poppen Al zijn ze nog zo klein Dan zal je, als je groot bent Een lief moedertje zijn |
|
| 23 | Dweil de keuken, dweil de gang Vang de spinnen wees niet bang Kook de piepers, kook de pap Dan vindt iedereen je knap |
|
| 24 | Te goed, te braaf, te kattig te eerlijk en oprecht is wat te veel van 't goede, zoals dat 'te' steeds zegt. |
|
![]() |
25
|
........, over twintig jaren Heb je dan al grijze haren? ......, over zestig jaren, Dan heb je vast al grijze haren, |
| 26 | Er zat een aapje op een stokje En die riep in apentaal "Alles wat je zegt dat jok je Dat verzin je allemaal" Maar ik jok nu heus niet kind Als ik zeg dat ik jou een schatje vind |
|
| 27 | Geen lange gedichten Mijn wens is maar klein Ik hoop dat je leven Gelukkig zal zijn! |
|
| 28 | Wees thuis en ook bij anderen een echte zonneschijn! Dan zal je eigen leven niet zonder vreugde zijn! |
|
| 29 | Gedachten verdwijnen En levens vergaan Maar de liefde van oma Voor jou blijft bestaan Je bent een zonnestraaltje in mijn leven En je betekent voor mij heel veel De helft van jou is voor je ouders De andere helft is oma's deel |
|
![]() |
30 | Wees ijverig als een poesje, zo vlijtig als een bij. Wees een zonnetje voor je moesje, maak je vadertje blij. |





