Poëzieversjes 151 - 160 |
||
![]() |
151 | Er zijn bloemen, groot en klein maar wij zullen voor altijd, vrienden zijn.
|
| 152 | Dit boek heb ik lief. Wie het steelt is een dief. Wie het vindt brengt het vlug Bij …… weer terug. |
|
| 153 | Ik volgde graag aan je wens, maar ik zou wel willen weten, of jij ook zonder albumvers, mij nooit zult vergeten?! |
|
| 154 | Goedemorgen maandag hoe is het met dinsdag doe de groeten aan woensdag en zeg tegen donderdag dat ik aanstaande vrijdag met de trein van zaterdag zondag kom logeren. |
|
![]() |
155 | Zo lief en zo blij. Is niemand als jij. Onbezorgd kan je nog gaan. Alles wordt voor je gedaan. Blijf ook in je verdere leven. Zoveel liefde ieder geven.
|
| 156 | Rozen verwelken, schepen vergaan Maar mijn liefde voor jou, blijft altijd bestaan. |
|
| 157 | Als storm en regenvlagen, Langs sombere luchten jagen. Bedenk, hoe donker het ook mag zijn, Na regen komt altijd zonneschijn. als leedverdriet, en zorgen je vrezen doen voor morgen, verlies de moed dan niet te gauw Eens wordt de hemel toch weer blauw. |
|
| 158 | Ik wens je meer zon dan regen Meer vreugde dan verdriet Meer guldens dan centen Liever een prijs dan een niet Ik wens je meer kussen dan klappen Meer gezondheid dan pijn En verder alles Wat maar heel goed mag zijn. |
|
| 159 | Als je klein bent, wil je groot zijn. Als je groot bent heb je spijt Dat je nooit meer klein zult zijn. Want dat was je mooiste tijd. |
|
![]() |
160 | Ga met een blij gezicht door het leven, En zing een liedje op z'n tijd, Laat ander mopperen, kniezen en klagen. Uit zeuren komt slechts narigheid. Kijk wat ik je wens, het staat er al.
|





