Van dun papier of vloeipapier knip je een aantal kleine poppetjes die hun armpjes en beentjes in danshouding uitspreiden (afb.1). Teken met potlood of viltstift een gezichtje op de hoofdjes. Leg de poppetjes op tafel tussen twee stapeltjes boeken. Daaroverheen leg je een glasplaat die boven de kachel of de verwarming even verwarmd is. Als je de plaat op de boeken legt en met je vuist over de glasplaat wrijft, beginnen de poppetjes te dansen (afb.2). Warmte en wrijving veroorzaken statische elektriciteit. Daardoor worden de poppetjes aangetrokken en zo huppelen ze vrolijk door elkaar.