|

afb.1

afb.2 |
Wat heb je nodig:
- 10 correspondentiekaarten of 5 vellen dik A4
papier
- Tijdschriften
- Potloden
- Viltstiften
- Schaar
- Lijm
Knip de correspondentiekaarten doormidden of vouw het A4 papier in
vieren en knip er vier kaarten uit. Uiteindelijk moeten het 20 kaarten
worden.
Schrijf op de ene helft van de kaarten de nummers 1 tot en met 10 met
viltstift (zie afb.1).
Op de andere kaarten zet je even veel afbeeldingen (als de nummers
aangeven op de andere kaarten). Dit kun je doen door te tekenen of
plaatjes uit tijdschriften te knippen (zie afb.2).
Bijvoorbeeld bij kaart met het nummer 1, maak je een kaart met 1
afbeelding van een koe.
Bij de kaart met nummer 2 maak je een kaart met 2 afbeeldingen van honden
enzovoort.
Ga door tot alle kaarten afbeeldingen hebben die passen bij de kaarten met
de nummers.
Leg alle kaarten op tafel en probeer bij elke genummerde kaart, de kaart
te zoeken met het juiste aantal afbeeldingen.
|
|