|
 |
Wat heb je nodig:
- 400 gram kipfilet
- 30 gram boter en 10 gram boter
- 1 eetlepel ketjap manis
- 2 theelepels ketjap
- 1 eetlepel citroensap
- 150 gram pindakaas
- Mespuntje bruine suiker (2 keer)
- 1 theelepel sambal oelek
- 1 teentje knoflook uitgeperst
- 1 teentje knoflook heel fijn gesneden
- 8 saté stokjes
- 1 sjalotje (klein uitje)
Snijd de kipfilet in stukjes van ca 3 centimeter.
Giet een bodem heet water in de beslagkom, zet hier een kleine kom in,
smelt hierin nu de boter, roer er een eetlepel ketjap manis door, een
eetlepel citroensap mespuntje bruine suiker, mespuntje zout en het
uitgeperste teentje knoflook.
Doe het vlees erbij en laat dit 2 uur staan (marineren).
Pel intussen een sjalotje en het andere teentje knoflook, snijd deze heel
fijn.
Smelt in de pan 10 gram boter en fruit hierin de sjalot en de knoflook (ca.
2 minuten).
Doe een mespunt bruine suiker, de theelepel sambal, de twee theelepels
ketjap en een mes punt zout erbij.
Fruit dit alles nog twee minuten, roer er dan 2 dl warm water door.
Roer er van het vuur af de 150 gram pindakaas door tot het een gladde saus
is.
Verwarm de koekenpan op een matig vuur.
Haal met de schuimspaan de kipstukjes uit het marinadevocht. Doe ze in de
koekenpan en maak ze los van elkaar.
Bak ze omscheppend tot ze lichtbruin zijn, giet er af en toe een eetlepel
van de marinade bij.
Hou twee eetlepels van de marinade achter!
Draai het vuur laag en bak het vlees in 5 minuten helemaal gaar.
Laat de kipstukjes afkoelen en rijg ze daarna aan de acht stokjes.
Giet de achtergebleven marinade in de koekenpan en leg daarin de 8
stokjes.
Verwarm deze op een matig vuur, zet ook de pinda saus weer op het vuur en
verwarm deze in 1 minuut.
Neem nu voorzichtig de stokjes uit de pan (pas op heet) verdeel ze over de
borden en giet de satésaus erover heen. |
|