|
 |
Morgen is het 30 april, dan is het Koninginnedag. Op school heeft Olivier een kroon gemaakt. Die zal hij morgen dragen als hij naar het feest in het dorp gaat.
Thuis loopt Olivier de hele tijd met zijn kroon op, als mama tegen hem zegt: “Olivier, kan je nu niet beter je kroon op de kast leggen? Als je hem morgen op wilt, is hij anders stuk!” “Nee, hoor mama. Ik doe heel erg voorzichtig,” antwoordt Olivier. Mama weet ook wel dat Olivier er voorzichtig mee omgaat, maar dat kan ze niet zeggen van Martijn. En als Tess de kroon per ongeluk vindt, is hij echt stuk! Maar mama besluit er niks meer van te zeggen. Ze heeft het nu al een paar keer gezegd tegen Olivier. Als hij niet luistert, kan ze er verder niets aan doen. Mama gaat beginnen met koken terwijl Olivier en Martijn verder spelen in de kamer. Olivier is koning en draagt daarom zijn kroon. Martijn is het hulpje van de koning. “Koning, kan ik nog iets voor uw doen? Anders ga ik naar huis,” zegt lakei Martijn. “Nee, lakei Martijn. U mag naar huis. Of toch! Wacht even, je mag mijn kroon nog even oppoetsen. Morgen draag ik hem de hele dag en dan moet hij wel blinken,” antwoordt koning Olivier . Martijn kijkt Olivier aan, maar ziet dat Olivier het meent. Dus neemt lakei Martijn de kroon mee naar een nep-poetskamer en poetst de kroon op. Als lakei Martijn terugkomt, zegt hij tegen koning Olivier: ”Kijk eens koning, uw kroon glimt helemaal.” De koning kijkt naar de kroon en wil hem weer opzetten. “Nee, niet doen koning, anders zitten er weer vieze vingers op en kunt u de kroon niet dragen!” zegt lakei Martijn. Mama roept dat ze gaan eten. Olivier legt zijn kroon op de kast en loopt met Tess aan de hand naar de keuken.
Na het eten gaan Olivier, Martijn en Tess in bad en naar bed. Omdat Olivier de oudste is, mag hij beneden nog even televisie kijken. Op televisie is een programma over Koninginnedag. Het gaat over waar je allemaal heen kunt gaan om de verjaardag van de koningin te vieren. Olivier wil dit heel graag zien. Mama vertelt Olivier gelijk dat ze morgen naar het dorp gaan, want dan is er kindervrijmarkt. “Wat is dat precies, mama?” vraagt Olivier. Mama legt Olivier uit dat een kindervrijmarkt een markt is waar je met oud speelgoed op de stoep bij de winkels mag gaan zitten. Alles wat je dan verdient met het verkopen van speelgoed, mag je zelf houden. Olivier wil hier ook wel graag heen, maar mama vindt Olivier daar nog te jong voor. Met een sip gezicht kijkt Olivier verder naar de televisie. Als het programma afgelopen is, gaat Olivier naar bed.
De volgende morgen mag Olivier alles in het oranje aantrekken. Olivier heeft een oranje spijkerbroek en een oranje sweater. Martijn heeft ook een oranje spijkerbroek, maar geen oranje trui, dus mag hij een blauw/witte trui aan. Tess heeft een blauw/wit/oranje pakje aan. Allemaal kleurig gekleed voor het Koninginnedagfeest.
Na het ontbijt gaan ze lopend naar het dorp. Olivier heeft zijn kroon op en Martijn een hoed met allemaal verschillende kleuren eraan. ”Papa, kunnen we echt niet met de auto?” vraagt Martijn. “Nee, het is veel te druk om de auto een plaatsje te geven. Ga maar bij mama op de wagen staan als je moe bent. We gaan gewoon lopen,” zegt papa tegen Martijn. Echt blij is Martijn er niet mee, maar toch loopt hij snel mee. Op de kindervrijmarkt is het al heel druk. Allemaal kinderen die kijken bij de kraampjes of ze nog iets leuks zien om mee te nemen.
Als Olivier langs een kraampje loopt waar ze allemaal computerspelletjes hebben, wil hij er wel één kopen. Maar papa vindt dat niet zo’n goed idee. “Waarom mag ik die dan niet meenemen?” vraagt Olivier. “Misschien zie je verderop wel een ander spelletje. Als je de hele markt af bent geweest en je wilt nog steeds dit spelletjes hebben, gaan we hem kopen. We gaan eerst maar verder lopen,” zegt mama.
Olivier is het spelletje alweer vergeten als ze bij een schiettentje komen. “Papa, mag ik samen met jou schieten?” vraagt Olivier. Papa vindt het goed en samen gaan ze schieten. Het gaat heel erg goed en Olivier en papa hebben al heel veel punten gescoord. Als ze klaar zijn met schieten, vraagt de meneer van de schiettent welke prijs Olivier wil. “Waar mag ik uit kiezen, meneer?” vraagt Olivier. De meneer wijst alles aan. Dat betekent dat Olivier zo’n hoge score heeft dat hij uit alles mag kiezen. En als je dan uit alles mag kiezen, weet je bijna niet wat je moet kiezen. Olivier kijkt heel goed rond en wijst een computerspel aan. De meneer vertelt aan papa dat Olivier dit nog niet alleen kan. Papa’s of mama’s moeten wel even meehelpen.
Als ze verder lopen, zien ze botsauto’s. Olivier en Martijn willen hier heel graag in. Papa gaat met Martijn in een auto en Olivier alleen. Mama en Tess kijken vanaf de kant toe. Olivier en Martijn schreeuwen het uit van plezier, maar ja, de centjes zijn een keertje op en dan stopt de auto vanzelf. Met zijn allen lopen ze weer verder. Daar staan een koning en koningin. Iedereen krijgt een handje en dan lopen de koning en koningin weer verder. Als de koning en koningin bij Olivier en Martijn aankomen, geven ze een handje. “Ben jij ook een koning?” vraagt de koning aan Olivier. “Nee, die heb ik op school gemaakt voor jouw feestje,” vertelt Olivier. “Voor mijn feestje? Maar ik geef geen feestje,” antwoordt de koning. “U geeft wel een feestje. Mijn juf zegt dat u heel veel feestje geeft. Jouw mama is nu jarig. Geeft ze geen feestje?” vraagt Martijn. De koningin zegt hierop: ”We geven heel veel feestjes, maar vandaag niet. Vandaag komen we bij alle kinderen in het land kijken hoe zij feestjes vieren. Een ander keertje geven wij een feestje.”
De koning en koningin lopen verder. Martijn vraagt aan papa: ”Wie zijn die meneer en mevrouw? De andere koning en koningin komen hier nooit.” “De mevrouw en meneer komen hier voor het feestje in het dorp en zijn niet de echte koning en koningin. Maar als er geen koning en koningin zijn op het feestje in ons dorp, dan kunnen we ook niets vieren,” zegt papa. Martijn vindt het verhaal van papa te moeilijk en loopt verder. Als ze aan het einde van de markt zijn, lopen ze door naar huis. Het wordt voor Tess tijd om naar bed te gaan en Olivier gaat zo naar een vriendje om te spelen.
Thuisgekomen zegt Olivier tegen mama als ze in de keuken drinken inschenken: ”Ik vind dit geen leuk feestje!” “Welke feestje? vraagt mama. “Koninginnedagfeest. Ik snap er helemaal niks van. Iedereen loopt er verkleed bij en gaat de straat op”, antwoordt Olivier op mama’s vraag. Mama legt uit: ”Je kunt alle feestje ook niet leuk vinden, Olivier. Het koninginnefeestje viert iedereen op een eigen manier. Het is gewoon een feestdag waar iedereen iets mag doen. Volgend jaar gaan we naar opa en oma om te kijken hoe ze daar koninginnedag vieren.” “Is het daar wel leuk dan?” vraagt Olivier. “Als opa en oma de volgende keer op bezoek komen, vragen we wat er gedaan werd op koninginnedag en dan kunnen we zien of wij dan volgend jaar daar een Koninginnedagfeestje gaan vieren,” zegt mama.
Olivier vindt dit een heel goed plan, want zoals nu de koninginnedag was, vindt hij echt niet leuk. Olivier is wel heel erg benieuwd wat opa en oma zullen vertellen, maar ja die komen nog niet op bezoek. Dus even snel een boterham eten en dan gaat hij bij Rick spelen.
© Radna 2002 voor speelzolder.com
|
|