|
|
Lente in de dierentuin Het is lente
Het
belooft vandaag een mooie dag te worden. Mama heeft Olivier, Martijn en Tess
beloofd dat ze naar de dierentuin gaan. Papa heeft vandaag een vrije dag en
daarom gaan ze met zijn allen. Het is wel een poosje rijden als Olivier opeens
de dierentuin in de gaten krijgt. Voordat je naar binnen mag moet je eerst een
kaartje kopen. Papa betaalt de mevrouw achter de kassa en ze lopen verder. Daar
staat een meneer die je op de foto zet. Martijn en Olivier hebben hier helemaal
geen tijd voor, want die rennen naar de babydieren. In de lente worden er heel
veel babydieren geboren. Het begint dan mooi weer te worden en komen de dieren
weer naar hun buitenverblijven met hun baby. Iedereen mag dan de baby zien.
Als eerste komen ze bij de beren. Maar
daar blijkt nog geen baby te zijn. “Is hier geen baby, mama”, vraagt Martijn.
“Volgens mij nog niet, maar er zijn nog zoveel dieren in de dierentuin dat er
ergens anders vast wel baby’s zijn”, vertelt mama.
Als ze langs de
hokken van de vogels lopen begint er een vogel heel hard te fluiten en met zijn
hoofd kunstjes te maken. “Wat is die vogel aan het doen, papa”, vraagt
Olivier. “De vogel vindt het heel leuk dat de lente komt, dan kan hij elke dag
buiten zijn en met zijn vriendjes spelen”, antwoordt papa. Met dit antwoord
neemt Martijn geen genoegen en vraagt”, Ik vind het ook leuk om buiten te
spelen maar dan doe ik toch niet zo gek met mijn hoofd”. Papa denkt na over
dit antwoord terwijl mama reageert: “Nee, jij doet niet zo gek met je hoofd.
Maar je loopt wel in de tuin te gillen of klimt in de boom. Dat kan de vogel
niet doen en daarom fluit hij en maakt kunstjes met zijn hoofd”. Martijn vindt
het antwoord van mama veel te moeilijk en loopt ondertussen verder naar de apen.
Daar staat Olivier al te kijken. ” Wat zijn de apen aan het doen, Olivier”,
vraagt Martijn. “Volgens mij zijn die aan het knuffelen. En die aap daar heeft
een baby beet, die zit bij zijn mama te drinken”. Olivier wijst ondertussen de
apen aan. “Wat is knuffelen?” Vraagt Martijn aan mama. “Knuffelen is dat
je elkaar beet houdt en kusjes geeft”, antwoordt mama. “Ik knuffel jouw toch
ook wel eens. Dat doen de apen nu met elkaar”, vertelt mama verder. Martijn
luistert al niet meer naar mama’s antwoord en kijkt verder naar de apen.
Papa
en Tess zijn ondertussen verder door gelopen naar de konijntjes. Die mag je aaien
en dat kan Tess wel doen. Als mama aan de jongens vraagt of ze ook mee gaan naar
de konijnen komen ze net op tijd. De konijnen mogen los lopen op de grond. Je
mag dan helpen om de konijntjes uit hun hok te halen en op de grond te zetten.
Als de konijntjes vrolijk rond rennen gaat Olivier op de grond zitten in de hoop
dat een konijntje bij hem komt zitten, maar daar hebben de konijnen geen zin in.
Ze zijn veel te blij dat ze mogen rond rennen. Twee konijntjes zoeken elkaar
elke keer op en gaan knuffelen. “Hoe komen er eigenlijk babydieren mama”,
vraagt Olivier. “Er komen babydieren omdat de dieren met elkaar gaan knuffelen
en kusjes geven. Dan slapen ze een nachtje samen en dan na een poosje wachten
komt er vanzelf een baby” legt mama uit. “Dus zo komen er ook broertjes en
zusjes”, vraagt Olivier nog even na. Mama knikt met haar hoofd en Olivier
begrijpt nu hoe een baby komt. Het
begint buiten al iets warmer te worden, daarom gaan ze met zijn allen naar het
restaurant om iets te drinken. Mama geeft Tess nog een schone luier en een
flesje. Dan kan ze zo, als ze verder gaan wandelen, in de wagen slapen. Als
iedereen klaar is gaan ze weer verder lopen in de dierentuin. Ze komen nog langs
de zebra’s, lama’s, leeuwen en tijgers. Bij de zebra’s en de leeuwen was
een baby te zien. Voordat ze naar huis gaan, lopen ze nog bij de olifanten
langs. Helemaal achter in de hoek staan 2 babyolifanten. “Durven die niet hier
heen te komen?”, vraagt Olivier. “Ik zou het niet weten. Wie weet komen ze
straks wel”, antwoordt papa. “Zullen we een liedje zingen? Dan komen ze vast
wel”, vraagt Olivier. Mama en papa vinden het goed om een liedje te zingen
voor de olifanten. Maar het liedje gaat helemaal niet over olifanten, dus komen
de olifanten ook niet. Als de verzorger aan komt lopen, komen de olifanten naar
hem toe. De verzorger heeft namelijk broodjes bij zich. De baby olifanten lopen
niet naar de verzorger toe, ze blijven nog op een afstandje kijken. Maar als ze
zien dat je bij de verzorger een broodje krijgt of een pinda, komen ze toch maar
kijken. Nu de olifanten naar voren komen kunnen Olivier en Martijn de
babyolifanten veel beter zien. “Ze zien er wel lief uit, mama”, zegt Martijn.
“Ja, ze zijn heel lief”, antwoordt papa.“Kom
we gaan nog even langs de kinderboerderij en dan is het echt tijd om naar huis
te gaan”, zegt papa. Bij de kinderboerderij lopen heel veel dieren. En de
meeste dieren hebben baby’s. De eendjes hebben kuikentjes, de schapen hebben
lammetjes, de big heeft kleine biggetjes en de poes heeft kitten. Olivier vraagt
aan de mevrouw die daar loopt of hij een baby beet mag houden. Maar de mevrouw
vertelt dat dat niet mag. De babydieren worden dan een beetje bang, ze zijn ook
nog maar heel klein. De mevrouw verteld dat de dieren eerst iets groter moeten
zijn en dan wel vast gehouden mogen worden. En als ze heel groot zijn
mogen ze los lopen op de kinderboerderij. Dan kan je de dieren zo
oppakken zonder te vragen. De mevrouw vraagt aan Olivier: ”Je mag wel een
diertje aaien als ik hem beet hou. Welk diertje wil je aaien?”. Olivier kan
bijna niet kiezen en roept dan: ”een biggetje”. De mevrouw pakt uit het hok
van de big een biggetje. Even kijkt mamabig omhoog maar vindt het niet zo erg
dat de mevrouw een biggetje pakt, als ze hem zo maar terug zet.
Olivier en Martijn aaien het biggetje. “Hij voelt wel heel zacht
aan”, vertelt Martijn aan mama en papa. Papa en mama willen eigenlijk ook wel
het biggetjes aaien en vragen dat aan de mevrouw. Nog even snel mogen ze het
biggetje aaien, want hij moet weer teug naar zijn mama, anders wordt mamavarken
boos.Papa
en mama vertellen aan Olivier en Martijn dat het tijd wordt om naar huis te
gaan. Alle baby’s moeten naar bed en het begint etenstijd te worden. Onderweg
vertelt Olivier nog aan papa en mama wat hij van de babydieren vond en vraagt
dan; ‘kunnen wij ook niet een baby nemen, mama”. “En wat voor baby wil je
dan hebben”, vraagt mama. “Ik wil wel een babyhondje. Zo’n klein hondje
waar je mee kan spelen en hard rennen in de tuin”, vertelt Olivier. Papa en
mama kijken elkaar aan en vertellen aan Olivier dat ze nu nog geen hondje nemen,
maar als Tess groter is dan kunnen ze wel een keertje kijken. Dat antwoord vindt
Olivier genoeg en vraagt verder niks meer.Thuis
gekomen gaat Olivier nog even buiten spelen. Als Olivier na een poosje naar binnen rent heeft hij in zijn
hand een heel klein babyvogeltje. “Kijk. Kijk eens, mama. Ik heb een baby
gekregen”, roept Olivier. Mama kijkt in de handen van Olivier en ziet het hele
kleine vogeltje liggen. “Waar heb je die vandaan Olivier”, vraagt mama.
“Die heb ik van de vogel meegenomen”, antwoord Olivier. “Dat mag je
helemaal niet doen. Nu is mamavogel helemaal verdrietig. Ga de babyvogel maar
snel terug zetten in zijn huisje. En kom dan naar binnen”, reageert mama. Olivier brengt de vogel terug naar zijn huisje en komt
binnen. Als Olivier aan tafel zit vraagt hij:”Waarom mocht ik die babyvogel
niet houden. Ik wil ook graag een baby. Nu het buiten lente wordt krijgt
iedereen een baby, maar ik niet”. “Nee, jij krijgt ook geen baby, Olivier.
Als je later groot bent krijg je een meisje, geeft zij je een baby en dan word
je een papa”, vertelt mama. “Ga ik dan ook in de lente knuffelen? En heb dan
een baby? “, Vraagt Olivier voor de zekerheid. “Natuurlijk mag jij dan in de
lente knuffelen en krijg je een baby”, belooft mama.
© Radna 2003 voor speelzolder.com
|
|