|
|
Moppen algemeen 11-20
|
 |
 |
Een
boer is bezig zijn land om te ploegen, als hij opeens een visser langs de
sloot ziet zitten. Hij vraagt: "En, al wat gevangen?" De visser
begint op te scheppen dat hij net een vis van meer dan een meter lang
gevangen heeft. "Nou," zegt de boer, "dat is nog niks. Ik
was gisteren aan het ploegen toen ik een legertruck uit de Tweede
Wereldoorlog tegenkwam, en zijn lampen brandden nog!" De visser
gelooft er niks van, en zegt: "Opschepper, dat lijkt me wel een heel
sterk verhaal." "Oké," zegt de boer, "als jij een
halve meter van die vis afhaalt, doe ik de lampen uit..."
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Er
lopen twee zakken cement over straat. Zegt de ene: "Bah, het gaat
regenen." Zegt de andere: "Niet zeuren, daar word je hard
van."
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Piet:
"Zeg eens heel snel achter elkaar: de boot zinkt." Jos begint:
"De boot zinkt, de boot zinkt, de boot zinkt..." Dan zegt Piet:
"Ik kan dat veel sneller: blub, blub, blub..."
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Jantje was alleen thuis toen
de telefoon ging. Hij nam op en zei: "Hallo, met Jantje" De
beller zei: "Ik ben de man met de bloedende hand en ik ben 3 straten
van je af" "Ik moet gauw ophangen", dacht Jantje. Even
later ging de telefoon weer. "Hallo, met Jantje", zei Jantje
bang. "Ik ben de man met de bloedende hand en ik ben 2 straten van je
af", hoorde hij weer. "Nou moet ik echt gauw neerleggen",
dacht Jantje. Even later ging de telefoon weer. Bevend zei Jantje:
"Hallo?" "Ik ben de man met de bloedende hand en ik ben 1
straat van je af", zei de stem aan de andere kant. "Nou moet ik
heel gauw neerleggen", dacht Jantje terwijl hij stijf stond van
angst. Even later ging de deurbel. Jantje deed voorzichtig open. "Ik
ben de man met de bloedende hand," zei de bezoeker onheilspellend,
"mag ik een pleister?"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Een motorrijder rijdt 70
kilometer per uur over de snelweg. Tot zijn stomme verbazing wordt hij
opeens door een fietser ingehaald. Hij verhoogt zijn snelheid tot 90
kilometer per uur en opnieuw haalt de fietser hem, verwoed trappend, in.
Nu wordt het de motorrijder te gek. Hij stopt. "Ben ik even blij dat
u eindelijk stopt," zegt de fietser, "mijn bretels zaten aan uw
motor vast!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
Jan belt bij zijn onderbuur
aan en vraagt of hij de volgende avond de stereo-installatie mag lenen.
"Natuurlijk," zegt de buurman, "heb je een feestje?".
"Nee hoor!", antwoordt Jan, "Ik zou alleen eens een beetje
willen slapen!".
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Een man hoort op straat
toevallig hoe een stotteraar een jongentje de weg vraagt. "K ku ku
kun j j jij m m me de w w we weg n n naar h het sta sta stat station ve
vertellen?". Het jochie kijkt met grote ogen en rent dan weg. De man
op zijn beurt wijst de stotteraar de weg. Even later ziet hij het
knulletje bij een speelgoedwinkel staan. "Dat was helemaal niet
netjes van je om weg te lopen. Je kunt zo'n man best gewoon de weg
wijzen", zegt hij tegen de knaap. "J J ja", stamelt de
kleine, "en d d da dan een k k knal v voor mijn k k kop k kr krijgen
om omdat i ik h hem n n na nadoe z zeker".
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Twee mannen wandelen in de
bergen als er opeens eentje een ravijn in valt. "Heb je je pijn
gedaan?", vraagt de ene. "Even wachten," roept de ander,
"ik ben nog niet beneden!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
Een tandenborstel jammert:
"Brr, dit is geen leven. Ik verlies al mijn haren." Het stuk
zeep is ook niet blij: "Wat een ramp, ik word elke dag
magerder." "En ik dan?", zucht het kraantje, "Ik heb
dag in dag uit een lopende neus!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
Het is vreselijk mistig. De auto's rijden met een
slakkengangetje. Een automobilist neemt het zekere voor het onzekere, en
voorzichtig rijdt hij achter zijn voorganger aan. Dan stopt de bestuurder
voor hem ineens. De man in de achterste auto maakt een noodstop en springt
uit de auto. "Hoe haalt u het in uw hoofd zo plotseling te
remmen?", vraagt hij woedend. De bestuurder van de andere auto
antwoordt verbaasd: "Ik weet niet of u het doorheeft, maar u staat in
mijn garage!"
|
|
|
|
========================================= |
|
|
|
|
|