Moppen school 21-30

print
   
Tijdens de taalles vraagt de juf aan de kinderen om een zin te vormen, waarin twee maal het woord mooi in gebruikt kan worden. Marietje begint: "Aan de mooie boom, groeien mooie appels." "Heel goed Marietje", prijst de juf. "Pietje weet jij ook een zin?" Pietje: "Er zat een mooie vrouw in een
mooie auto." "Prima jongen, nu jij Jantje." Jantje: "Mijn zus is zwanger." "Maar Jantje toch, daar zit het woord 'mooi' toch niet in?" "Nee, maar wel in het antwoord van mijn vader." Die zei: "Dat is mooi, dat is zeer mooi!"
 

 

 =========================================

 

Meester: Als de directeur komt doe jij de deur open , Jantje. Jantje: Wie is de directeur? Meester: Dat is de man die alles kan! Jantje: Waarom doet hij dan niet zelf de deur open?

=========================================


Juffrouw: 3 sneetjes brood ,5 sneetjes ham en vier sneetjes kaas wat is dat samen? Jantje: Een lekker maal.

=========================================


In verband met de laatste schooldag brachten de kinderen cadeautjes mee voor de onderwijzeres. De zoon van de bloemist gaf een bos bloemen. Het dochtertje van de eigenaar van de snoepwinkel schonk een mooie doos bonbons. Tenslotte kwam het zoontje van de slijter aanzetten met een groot en zwaar pakket. De juf tilde het op en zag dat het een beetje lekte. Ze depte wat van de vloeistof op haar vinger en proefde. "Is het wijn?" giste ze. "Nee," zei het jongetje. Ze proefde nog een druppel en vroeg: "Champagne?" "Nee," antwoordde het jongetje. "Ik geef het op," zei ze. "Wat is het dan?" "Een jong hondje!"

=========================================


"Noem de jaargetijden eens op. Klaas?" Vraagt de onderwijzer. "Voorjaar, herfst en de winter." "En waar blijft de zomer?" "Dat heb ik me dit jaar ook afgevraagd, meneer!"

=========================================


Onderwijzer: "Miesje, vandaag gaan we zinnen maken met persoonlijke voornaamwoorden: ik, jij, hij, wij, jullie, zij. Bijvoorbeeld je vader zegt: "Ik ga uit." Wat zegt je moeder dan." Miesje: "Jij blijft thuis!"

=========================================


Leraar aan leerling: "Ken jij Frans?"
"Ja, meneer, Frans is mijn oom."
"Nee, dat bedoel ik niet, spreek jij Frans?
"Ja, meneer, elke zondag wanneer hij bij ons op bezoek komt."
"Nee, dat bedoel ik ook niet, versta jij Frans." "Ja, meneer, maar dan moet hij wel Nederlands praten."

=========================================


Jantje laat aan zijn vader zijn rapport zien. Zegt zijn vader: "Wat een slechte cijfers! En de vorige keer was je zo goed!" Jantje: "Het is de schuld van de meester. Hij heeft Keesje die naast me zat een andere plaats gegeven!"

=========================================


Jantje: "Meester, zullen we vechten? Neemt u al uw vrienden mee, kom ik ook alleen!"

=========================================


De onderwijzer had de kinderen gevraagd insecten mee te nemen naar school, zodat hij er in de biologieles wat over zou kunnen vertellen. Maar jantje bracht een kat mee.
"Jantje," zuchtte de meester, "ik vroeg insecten mee te nemen en een kat is toch geen insect." "Nee meester, maar die kat stikt van de vlooien en dat zijn wel insecten."

=========================================

 

terug