|


 |
Het is dinsdagmiddag 5 december en de kinderen zijn vrij van
school. Tess, Martijn en Olivier zitten lekker in de kamer te spelen.
“Mama, komen opa en oma nog? Die zijn toch altijd met Sinterklaas bij
ons”, zegt olivier. “Oh, ik denk dat ze zo wel zullen komen. Ze gingen
eerst nog even wat lekkers halen voor bij de thee en dan zouden ze deze
kant op komen. Waarom vraag je dat eigenlijk?”, wil mama weten. “Nou,
als zwarte piet straks aan de deur belt, of hard op het raam klopt dan
zijn ze er niet bij. Dat vind ik niet leuk, opa en oma horen erbij te
zijn”, zegt Olivier. “Maar wie zegt dat zwarte piet komt dit jaar? Zijn
jullie dan zo lief zo geweest dat Sinterklaas hier cadeautjes komt
brengen?”, vraagt mama.
“Maar we zijn toch altijd lief, mama”, en kijkt mama lief aan. Mama
begint te lachen en vraagt of de kinderen wat te drinken willen. Als
mama net in de keuken staat komt Tess aangehold met het bericht dat opa
en oma eraan komen. Olivier doet de deur al open en zegt: “Oh, gelukkig
jullie zijn er eerder dan zwarte piet”. “Waarom? Komt zwarte piet dan?”,
wil opa weten. “Ja, natuurlijk! We zijn zo lief geweest en Sinterklaas
slaat ons nooit over. Hij heeft zelfs een boek door de brievenbus
gedaan, waarin we aan konden geven welke cadeautjes we wilde hebben”,
zegt Olivier. “Dan heeft de Sint dit jaar weer heel veel werk gehad”,
zegt oma. “En weet je hoeveel kindjes er op de wereld zijn?
Er zijn heel veel kinderen, kijk maar eens op onze school en daarom
heeft Sinterklaas heel veel hulp-Sinten en super veel zwarte pieten,
anders redt hij het niet in zijn eentje”, legt Olivier maar verder uit.
“Oke, dus gaan wij maar afwachten wie er komt en wanneer. Want als ze
het zo druk hebben dan kunnen de cadeautjes pas komen als jullie op bed
liggen”, zegt Opa. “Nee, opa dat kan niet. Sinterklaas en de zwarte
pieten gaan eerst naar de kleine kinderen en dan de oudere kinderen. Dus
zijn wij eerst aan de beurt, omdat wij ook vroeg naar bed moeten”, helpt
Martijn Olivier. “Ik denk dat we maar moeten afwachten of er iemand
komt. Tot die tijd gaan jullie maar iets leuks doen en gaan wij een
kopje thee drinken”, zegt mama.
Tegen de tijd dat papa thuis komt zijn er nog steeds geen cadeautjes
gebracht. “Papa, ben jij Sinterklaas of zwarte pieten tegengekomen? Ze
zijn nog steeds niet bij ons geweest en jij hebt gezegd dat kleine
kinderen voor de grote kinderen gaan als er cadeautjes gebracht moet
worden”, zegt Olivier. “Oh, wat raar dat Sinterklaas nog niet is
geweest. Hij was vanmiddag in het ziekenhuis en toen heeft hij tegen mij
gezegd dat hij naar mijn kinderen ging. Ik heb nog gevraagd hoe hij wist
dat jullie mijn kinderen waren, maar dat wilde de Sint niet verklappen”,
zegt papa. “Nee, natuurlijk verklapt hij dat niet. Sinterklaas weet toch
altijd alles”, zegt Olivier. “Ik denk toch dat hij en de pieten veel te
druk zijn, en een ander keertje komen. Das toch niet erg, als de
cadeautjes morgen komen?”, wil papa weten. “Nou ja, als hij het echt
niet redt, oké dan, maar heb ze liever vandaag. Dan kunnen opa en oma ze
ook nog zien”, zegt Olivier.
“Het lijkt oma en mij verstandig als we gewoon aan tafel gaan om te
eten. We zien dan vanzelf wel of Sinterklaas of zwarte piet komt”, zegt
mama. Tijdens het eten is het heel stil aan tafel en de kinderen kunnen
niet heel veel eten. Ze hebben een beetje buikpijn want stel je voor dat
Sinterklaas of zwarte piet wel komt. Dan heb je je buik vol van het eten
en kan er geen pepernoot of mandarijn in.
De avond valt en de kinderen zitten voor Sesamstraat als er ineens
ontzettend hard op de voordeur wordt gebonkt en de deurbel heel vaak
gaat. De kinderen gillen het uit van schrik, maar niemand durft naar de
deur te lopen. “Opa, ga je met me mee om te kijken wie er is?”, vraagt
Tess. En samen gaan ze naar de deur. Martijn, Olivier, papa, mama en oma
gaan er voorzichtig achteraan, en wie staat er voor de deur? Sinterklaas
en twee pieten. “Hallo lieve kindjes, mag Sinterklaas bij jullie op de
thee komen?”, vraagt een zwarte piet. “Ja hoor, kom maar binnen”, zegt
Tess en doet de deur wijd open. Iedereen gaat aan de kant zodat
Sinterklaas binnen kan komen.
Mama pakt een stoel zodat de Sint erop kan zitten en zegt tegen de
zwarte pieten dat ze op de bank mogen gaan zitten. “Oh, wat zijn we blij
dat we bij jullie zijn”, begint Sinterklaas met zijn verhaal”. We zijn
al zo lang onderweg, nietwaar pieten? We waren eerst bij jullie papa in
het ziekenhuis en zouden meteen hierheen komen. Maar oh, oh, oh, wat
gebeurde er allemaal. Americo verstapte zich zodat de dierenarts erbij
moest komen en Americo niet verder mocht lopen. Maar we moeten nog naar
zo veel kinderen toe dat we een ander paard moesten hebben. Gelukkig
waren we bij een boerderij in de buurt en nu hebben we Amico
meegekregen. Hij lijkt een beetje op Americo en is ook heel lief.
Americo, mijn lieve paard, is meegenomen door de dierenarts en ik ben
net even bij hem geweest. Het gaat gelukkig weer beter. Toen ik net weg
wilde rijden met het nieuwe paard, Amico, viel het wiel van de kar af.
Toen vond sinterklaas het niet meer leuk en heeft een taxi gebeld. Maar
wat denken jullie, de staf past niet in de taxi, dus heb ik de taxi weer
weggestuurd. En nu zijn we met een bus, omdat de staf, alle cadeautjes
en zwarte pieten er allemaal in passen. En daarom ben ik zo heel laat
bij jullie. Jullie dachten vast dat Sinterklaas of de zwarte pieten niet
meer zouden komen of wel? lieve kindertjes”.
“Volgens papa was u onderweg naar ons. En gaan kleine kinderen voor op
grote kinderen met cadeautjes brengen? toch papa”, zegt Olivier.
“Gelukkig dat jullie nog geloofde dat ik zou komen”, zegt Sinterklaas.
“Wat wilt u drinken Sinterklaas? Want na al die tijd zult u wel dorst
hebben”, vraagt mama. “Ik weet dat het eigenlijk al veel te laat is,
maar mag Sinterklaas een kopje thee?”, vraagt de Sint. “Ja, natuurlijk
mag dat of niet kinderen, wij drinken ‘s middags en ‘s avonds altijd
thee”, zegt mama. “Ben ik even blij”, zegt Sinterklaas. Dan vraagt
Sinterklaas aan Tess, Martijn en Olivier of ze lief zijn geweest het
afgelopen jaar. Of ze goed gezorgd hebben voor de dieren, papa en mama
goed geholpen hebben en nog veel meer vroeg Sinterklaas. Bij elk goed
antwoord krijgen ze een klein cadeautje. “Sinterklaas, hoe weet u nou
eigenlijk of we op elk antwoord een goed antwoord geven”, wil Olivier
weten. “Dat ga ik jullie niet verklappen, Sinterklaas weet immers
alles”, antwoordt Sinterklaas.
Sinterklaas blijft een uurtje en dan is het hoogste tijd om naar de
andere kinderen te gaan. De kinderen staan voor het raam om de Sint en
zwarte pieten uit te zwaaien, maar zodra de sint om de hoek is vliegen
ze op de cadeautjes af die de Sint achter heeft gelaten.
‘Dank u Sinterklaasje’, fluistert Olivier als hij in bed stapt.
© Radna 2006 voor speelzolder.com
|
|